
Max
Vriend in de Droomtuin
Een vriend die Lou in de Droomtuin tegenkomt, en bij wie afscheid nemen ook een beetje een avontuur is.
Over Max
In het echte park durft Max amper hallo te zeggen, maar in de Droomtuin is hij een onverschrokken maker met een rugzak vol schatten. Hij vindt de oude schatkaart bij de waterval en neemt Lou mee op zoek naar het kistje bij de wensboom. Max laat zien dat je in een droom soms net even dapper kunt zijn als je overdag stiekem ook al was.
Uit het dagboek
Een huis heeft een haantje op het dak nodig, zei ik — zo'n ding dat met de wind meedraait, zodat iedereen die verdwaald is weet welke kant op. Lou zette Pippa's veertje op de nok en het werd een windhaan. Hij wees recht naar de gouden poort. Toen ging het mis op het dak. Maar dat is haar verhaal.
Lou dacht dat ik de muren had gezet. Welnee — dat deed zij, vanmiddag, met al haar oude speelgoed. Ik heb ze alleen rechtgezet. Beetje scheef hoor, haar bouwwerk. Maar dat geeft niks. Scheef is gezellig.
De Dromenvanger trilde de hele nacht! Ik kwam de heuvel op rennen om het Lou te laten zien. Pippa zei niks, ze keek alleen maar. Ergens ver weg trekt iemand zachtjes aan ons web. Ik weet niet wie. Maar ik wil het weten.
Ik legde mijn hand op de kern en zei: ik ben Max, ik ben soms bang, maar ik ga toch. Eén voor één deden we het allemaal. Toen weefde het licht een web boven het Hart. Lou stopt niet. Dat is waarom ze Lou is.
Mijn voeten deden pijn, maar ik wilde niet stoppen. We liepen verder dan het kompas ooit wees, en ik zong vals zodat de weg korter werd. Emma loste deze in haar eentje op. Eh — wij dus. Vier symbolen, drie te gaan.
Een jongen had besloten nooit meer van iets te houden, want houden van betekent verliezen. Lou ging gewoon naast hem zitten en vertelde over haar kat. Toen raakte hij het kussentje aan. Vijf te gaan. En het brutale Pluisje zit nu in mijn haar.
Lou stapte zomaar de grijze kou in en ging naast dat huilende meisje zitten. Drie pogingen later stond dat kind weer op haar balk. De vlek knalde uit elkaar in kleuren die ik niet eens ken. Het meest ongelooflijke dat ik ooit zag. Eén gered, zes te gaan.
Ze zei: ik weet niet hoe, maar ik ga het proberen. Dat is precies wat een Droomhoedster zegt. Ik ga nergens heen. Ik wacht hier, op de heuvel, zoals altijd.
Vanochtend was de grijze plek niet groter dan een paddenstoel. Vannacht is hij twee keer zo groot. Ik weet niet wat het is, maar ik weet wel wie het wél weet. Kom snel, Lou. Ik wacht op de heuvel.
Lou kreeg het Kompas en ik sprong zó hoog dat ik bijna vloog! Ze komt terug, telkens weer, dat weet ik zeker. Want ze is één van ons. Voor altijd.
BOEM BOEM BOEM op een holle boomstam! Geen ritme, geen mooi geluid, maar beter dan stilte! En toen ineens — luisterden we naar elkaar en werd het muziek. Ik maakte muziek! Ikke!
Lou wilde vanavond niet eens komen, dat voelde ik. En toch klom ze die berg, viel, stond op, viel, stond op. Ik liep gewoon naast haar. In de echte wereld kun je niet vallen — hier wel. Dat is het verschil.
Uit een ballon dwarrelde een stukje papier. Het past precies aan onze schatkaart! Maar er ontbreekt nog een hoek. En het kompas heeft nu een klein droomballon-symbool — alsof het de magie opslaat.
De sleutel paste! In het kistje lag geen goud, maar een kristallen kompas dat ronddraait alsof het iemand zoekt. Pippa denkt dat het naar iemand wijst die hulp nodig heeft. Ik ga uitzoeken waar het heen wil.
Soms ontmoet je iemand voor maar één avontuur. En dan is afscheid nemen ook een beetje dapper zijn.
In het echte park durf ik amper hallo te zeggen. Maar in de Droomtuin vond ik een schatkaart — en ineens dúrfde ik wél. Gek hè, hoe dat werkt.
Ik vond een schatkaart bij de Fluisterwaterval, maar ik durfde niet alleen. Toen kwam Lou. Samen door de Kriebelbossen, een touwladder gevlochten van klimplanten — en boven in de Wensboom een kistje op slot. Nu nog de sleutel vinden.