
Lou
Droomster · 7 jaar
Een meisje van zeven met een dekentje vol levende sterren. 's Nachts vliegt ze ermee naar de Droomtuin, en neemt jou mee.
Over Lou
Overdag is Lou gewoon Lou: zeven jaar, rommelig haar, een tuinbroek en een hoofd vol vragen. Maar zodra de lichtjes uitgaan en de sterren op haar dekentje gaan gloeien, stapt ze een wereld binnen waar bange trollen vrienden worden en rivieren je uitdagen om te durven. Ze loopt nooit weg, ze blijft staan, en juist daarom vertrouwt iedereen in de Droomtuin haar.
Uit het dagboek
Op het Olifanteneiland legde ik mijn hand op een steen — en ik viel zó in een andere tijd. Daar was Malee, die op me had gewacht. Ik ruilde een herinnering van vriendschap voor de Maansleutel. Eén van drie!
Achterop een scooter door Bangkok — de wind warm in mijn gezicht! In een klein tempeltje wist een monnik dat ik droom. Hoe?! Hij wees naar een schildering van duizend jaar oud: een kind met de maan, het blad en de olifant. Mijn drie symbolen.
Ik schaamde me voor mijn roze zwemvest tussen de grote kinderen. Tot Kanya zei: cool vest! Met een snorkel zag ik echte visjes, en een blauwe bleef de hele tijd bij me. Kanya zegt dat dat geluk brengt.
Bangkok is heet als een oven en ruikt naar bloemen en kruiden. Bij een oud kraampje vond ik een waaier die precies leek op die uit mijn droom — en hij voelde warm aan in de schaduw. Toeval bestaat niet, denk ik.
We vlogen voor het eerst met het vliegtuig — zó hoog! En in de Droomtuin wachtte Max met een oude waaier vol gloeiende symbolen. Er begint iets, dat voel ik. Tot in de Droomtuin.
Mama heeft de telefoon vandaag wel duizend keer voor me gepakt — sorry mama. In de Droomtuin had Max een waaier met drie gloeiende tekens: een maan, een blad, een olifant. Een raadsel! Tikketik, tikketik, daar gaan we.
Laatste schooldag! De juf gaf me een zilveren sterretje aan een kettinkje — voor al mijn dromen, zei ze. Vannacht openden we eindelijk de deur met de kristallen sleutel. Daarachter lag het Hart van de Droomtuin. We maakten alle muren tussen de tuindelen weg. Tot in de Droomtuin.
Op school deden we een grote speurtocht vol raadsels. Ik zag dat alle plekken samen een pad vormden naar de muziekkamer — en wij vonden de hoofdschat als eersten! Soms moet je een stapje terug doen om het grote plaatje te zien. Vannacht had ik datzelfde nodig in een labyrint van licht.
In de grote concertzaal mocht ik op het podium! Met een glanzende triangel was ik het vogeltje in 'De Dierentuin'. Toen ik begon te spelen, vergat ik alle mensen — alleen de muziek bestond nog. Vannacht hielpen we een heel theater weer tot leven brengen.
Papa maakte me midden in de nacht wakker voor de meteorenregen. We lagen samen onder een deken in de tuin en telden wel twintig vallende sterren. Bij eentje deed ik een stille wens. Vannacht hielp ik échte vallende sterren opvangen, zodat hun dromen niet uitdoofden.
In de schooltuin plantte ik een klein geel goudsbloempje. Ik noemde 'm Zonnetje en fluisterde dat hij goed moest groeien. Vannacht was Pippa's vallei verdord — en Pippa zelf was ziek. We moesten het water terugbrengen — en toen klaterde de hele vallei weer, en Pippa zong.
Donderdag is muziekles, mijn lievelingsdag. We speelden 'Sterrenlicht' op de xylofoon — rood, geel, twee keer groen. Het bleef de hele dag in mijn hoofd. Vannacht hielp het zelfs om een hele vallei vol stille muzieknoten weer te laten zingen!
Oma nam me mee naar de grote bibliotheek — meer boeken dan sterren aan de hemel! Ik koos 'De Sterrenwandelaar'. Vannacht zaten de boeken in een vergeten bibliotheek allemaal in de war, want de bibliothecaris was vergeten hoe je leest.
Ik tekende een eenhoorn met een regenbooghoorn, en Tim lachte me uit. Maar de juf vond hem juist prachtig, omdat hij anders is. Vannacht ontmoette ik Luna — een echte eenhoorn met precies zo'n hoorn. Ik hang mijn tekening toch op in de keuken.
Mila en ik speelden de hele middag verkleedpartij — prinses en tovenares. Mijn hoed was veel te groot. Vannacht stond ik in een grot vol spiegels die je laten zien wat je bang voor bent. Ik zag mezelf als té verlegen. Maar dat ben ik niet alleen.
Op zolder vond ik oma's muziekdoos met een meisje dat tussen de sterren danst. Mama zegt dat ik 'm mag houden. Vannacht hingen er honderden droomballonnen vast in de bomen — vol met dromen van kinderen. Die moesten wij bevrijden.
Onder water kreeg ik kieuwen — écht waar! Bo en Mara lieten me zien hoe je rustig blijft als alles om je heen in paniek raakt. Tot in de Droomtuin.
Papa zegt dat ik bijna een echte zeemeermin ben. In het zwembad bleef ik héél lang onder water. En vannacht had ik echt een staart, in alle tinten blauw! Ik zwom door een poort waar niemand anders door kon.
Bij de rivier leerde ik dat durven niet in één keer hoeft. Gewoon: één stapsteen per keer.
Op sportdag struikelde ik over een graspol, vlak voor de finish. Quinten stopte met rennen — terwijl hij aan het winnen was! — om mij overeind te helpen — terwijl hij aan het winnen was! Morgen vraag ik of hij in de pauze meespeelt.
De Kriebelbossen kriebelen écht. En bij de Oude Wensboom mag je iets wensen — maar wát ik wenste, dat verklap ik niet.
In het park was een geheim paadje tussen de struiken. Daar zat een jongen op de schommel. Ik durfde alleen te zwaaien. Maar vannacht heette hij Max, en toen durfde ik wél. Vriendschap begint met een kleine hallo, zei mama. Morgen ga ik het proberen.
Vannacht gloeide mijn dekentje voor het eerst. En diep in de vallei woonde iemand die niet eng was — gewoon een beetje alleen. Tot in de Droomtuin.
Vandaag ving ik tien kikkervisjes in mijn rode emmertje. Eentje zwom helemaal alleen — die heet Stipje nu. En 's nachts? Toen ben ik zomaar een grot in gelopen waar een trol woonde. Niet bang. Nou ja, mijn hart klopte wél een beetje sneller.