
Daan
Lou's neefje
Lou's neefje van veertien maanden, die acht keer van de bank valt en acht keer weer lacht.
Over Daan
Daan eet alles, staat telkens opnieuw op zonder te huilen, en lacht met zijn hele buik. Lou ziet in hem precies wat moed is: opgeven bestaat voor hem nog helemaal niet.
Uit het dagboek
Daan op het doekje. Toren van blokken — boem, om! Daan lacht. Nog een keer! Allemaal hier. Mees, Lou, grote-meisje-bergen. Fijn huis.
Daan koud. Daan weg-weg. Toen Lou armen — stevig! Daan warm weer. Daan pakt neus. Au, zegt Lou. Daan lacht. Bleef!
Daan! Daan boem! Bed klein. Sterren aan. Lou doekje voor Daan. Veilig nu. Slaap.
Ba! Mmmguh! (Daan viel acht keer van de bank. Daan lachte acht keer. Daan weet nog niet dat je kunt opgeven — en misschien is dat wel het dapperst van allemaal.)